Een knikker van klei, het geraamte van een koe en oude munten. Het zijn allemaal bewijsstukken van een Romeinse nederzetting bij het Abtswoudse Bos. Vanaf begin juni zijn archeologen van Erfgoed Delft bezig met de opgraving. Op zaterdag 20 juni mochten bezoekers een kijkje nemen. Ook Delfts tweede kamerlid Heera Dijk was aanwezig: “Wat je vindt, vertelt wat je ooit was.”

De archeologen wisten al langer dat hier waarschijnlijk resten zijn van een Romeinse nederzetting. “Normaal laten we het zo veel mogelijk intact. Maar omdat hier een plas komt voor wateropslag, zijn we hier toch gaan graven om het niet verloren te laten gaan”, zegt projectleider Bas Penning.
De archeologen zijn al vanaf begin juni bezig en het onderzoek duurt waarschijnlijk maximaal tien weken. Ze hebben al heel wat gevonden, van oude munten tot aan het geraamte van een koe. “Het skelet is compleet, dus waarschijnlijk was het een zieke koe die niet kon worden opgegeten”, aldus Penning.

Tussen 0 en 225
Aan de hand van de munten en de andere vondsten kwamen de onderzoekers er al snel achter dat de nederzetting werd bewoond tussen het jaar 0 en 225. Ze hielden koeien, waarvan een deel waarschijnlijk werd geslacht om het Romeinse leger te voeden.
Van het houten huis waar ze in zouden wonen, is niet meer veel te zien. Het stuk afgegraven grond heeft echter wel kleurverschillen. “Op de donkere stukken liep water of hadden de Romeinen greppels gegraven waarin ze de palen van de muur van het huis sloegen”, zegt Penning.

Kinderarcheologie
De open dag is een manier om mensen enthousiast te maken over archeologie. Yuri van Koeveringe, van de organisator Stichting Reuvens van de Archeologiedagen, beaamt dat: “Veel archeologen die ik spreek, hebben zelf als kind eens een opgraving meegemaakt en besloten daarna om het vak in te gaan. Hopelijk gebeurt dat vandaag ook.”
De archeologen laten op de open dag ook kinderen een stuk grond afgraven. Eén van hen, de zevenjarige Timothée, is druk bezig met een schepje. “Ik heb een plek uitgezocht en ben maar gewoon gaan graven”, zegt hij. “Hopelijk vind ik iets.” Even later is het raak. “Een scherf!” Naast hem staat een meisje een de vondsten af te spoelen met water en een kwastje. Of ze zelf ook archeoloog wil worden? “Dat weet ik niet, maar ik vind het wel heel leuk.”