Het Hoogheemraadschap van Delfland is gestart met het grootschalig vangen van Amerikaanse rivierkreeften op tien locaties. Door de kreeften ontstaat er schade aan de natuur. In 2027 moet het project zijn uitgebreid naar 170 vangstlocaties.
De kreeften veroorzaken op verschillende manieren schade aan het ecosysteem. Door hun gegraaf verzakken oevers en kan schade ontstaan aan keringen. De dieren maken daarnaast waterplanten kapot en woelen de bodem om. Dit zorgt voor wateroverlast en een verslechtering van de biodiversiteit en waterkwaliteit.
Het hoogheemraadschap investeert in zogenoemde natte ecologische zones (NEZ), die bedoeld zijn om de waterkwaliteit en ecologie te verbeteren. Voorbeelden zijn natuurvriendelijke oevers en waterplantzones. Ook daar richt de kreeft schade aan.
Zeshonderd eitjes
De snelle toename van de Amerikaanse rivierkreeft maakt het probleem extra urgent. Een vrouwtje kan per jaar zeshonderd eitjes of zelfs meer leggen. Hoewel maar een klein gedeelte uitkomt, groeit de populatie hierdoor snel en verspreiden de dieren zich in korte tijd over grote gebieden.
Door de goede leefomstandigheden voor kreeften in Nederland, krimpt de populatie ook niet. “We houden het waterpeil hier hoog”, vertelt ecoloog Wilco de Bruijne. “Daardoor is er het hele jaar genoeg water voor die dieren. In Amerika, waar ze vandaan komen, is dat niet zo.”
Werkwijze
De kreeftenvangst begint bij recent aangelegde NEZ’s. Projectleider Ad Valkenburg vertelt over de werkwijze van het project. “We werken gefaseerd. Uiteindelijk plaatsen we duizenden vangmiddelen die wekelijks geleegd moeten worden.” Na het plaatsen, meet het hoogheemraadschap de effecten van de vallen door de waterkwaliteit te bekijken.
De vangmiddelen zijn zo ontworpen, dat er weinig kans is dat andere dieren dan kreeften worden gevangen. Beroepsvissers vangen de kreeften. Na de vangst worden die gebruikt voor consumptie.
Kosten
Om het project te bekostigen heeft het bestuur van Delfland 7 miljoen euro uitgetrokken voor 2026 en 2027. De totale kosten worden geschat op 13 miljoen in het eerste jaar en daarna 7,3 miljoen per jaar. Daarbovenop komt nog het herstel van oevers en keringen.
Een probleem bij de financiering is onenigheid met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Eerder stuurde het waterschap een brief naar het ministerie met de eis dat er vanuit hen financiële steun kwam om de rivierkreeften aan te pakken.