Van fabriek aan de Schie tot de Verenigde Staten: het verhaal van Calvé pindakaas

Amber Dresken Amber Dresken

Unilever neemt afscheid van Calvé. Het merk, dat vooral bekend staat om de geliefde pindakaas, komt in handen van de Amerikaanse specerijenproducent McCormick. Het markeert een einde van een band tussen Nederland en een oer-Hollands product. Bijna tachtig jaar geleden vond het broodbeleg zijn oorsprong in Delft.

De Calvé fabriek in Delft | Foto’s: Stadsarchief Delft/Hanne van Mourik (inzet)

De oorsprong van Calvé ligt verrassend genoeg niet in Nederland, maar in Frankrijk. In 1893 begonnen de broers Calvé een fabriek gevestigd ten noorden van Bordeaux. Vijf jaar later, in 1898, fuseerde dit bedrijf met de Delftse ‘Nederlandsche Oliefabriek’ (NOF). Deze werd aan het einde van de negentiende eeuw aan de Wateringseweg opgericht door de vooruitstrevende industrieel Jacques van Marken.

Zo ontstond NOF Calvé-Delft. Rond 1920 werkten hier meer dan 1200 mensen, waarmee Calvé zelfs groter was dan de gistfabriek. Zelfs de latere minister-president Mark Rutte werkte er in de jaren negentig van de vorige eeuw als personeelsmanager in de fabriek na het afronden van zijn studie geschiedenis.

De uitvinding van een Nederlandse klassieker
In 1928 werd Calvé onderdeel van de Margarine Unie. Twee jaar later fuseerde deze Margarine Unie met het Britse Lever Brothers. Zo begon het bedrijf wat we nu kennen als Unilever.

Hoewel Calvé al bekend stond om de van pinda’s gemaakte slaolie, kwam de grootste doorbraak pas na de Tweede Wereldoorlog. Toen ontstond het idee om een pasta te maken van dezelfde grondstof.

In 1948 ontwikkelde het bedrijf pindakaas: een voedzaam en betaalbaar broodbeleg in een tijd van schaarste. Het concept kwam uit de Verenigde Staten, waar peanut butter al langer populair was.

Arbeiders aan het werk in de fabriekshallen van Calvé rond 1900 | Foto: Erfgoed Delft

De geur van pinda’s
Omdat het product geen zuivel bevat, mocht het in Nederland geen ‘boter’ heten. Zo ontstond de naam ‘pindakaas’, omdat de structuur werd vergeleken met leverkaas.

Decennialang werd de pindakaas in Delft geproduceerd. In 1971 volgde een nieuwe mijlpaal met de introductie van pindakaas met stukjes noot. De karakteristieke geur van geroosterde pinda’s was regelmatig te ruiken in de stad.

Het einde van een tijdperk
Toch kwam er een abrupt einde aan de Delftse productie. In 2007 kondigde Unilever aan dat de fabriek zou sluiten door een grote reorganisatie. De productie verhuisde naar Rotterdam en andere Europese locaties. Een jaar later rolden de laatste potten pindakaas van de Delftse band. Na 124 jaar viel het doek voor de fabriek.

Ongeveer 170 banen verdwenen uit Delft. De sluiting leidde tot veel onbegrip. Werknemers organiseerden een afscheidsbijeenkomst bij de ingang van de fabriek die werd aangekondigd met een rouwadvertentie in de Delftse Post. Op de dag van het afscheid waren verschillende mensen zichtbaar geëmotioneerd.

Het terrein van de Gist- en Spiritusfabriek | Foto: Willem de Bie

Een verlaten terrein
Na de sluiting bleef het fabrieksterrein jarenlang grotendeels leeg. In 2014 werd het terrein gekocht door het huidige DSM-Firmenich. Oude Calvé panden zoals het voormalige ontvangstgebouw en de bedrijfskantine verkeerden in een te slechte staat en werden gesloopt.

Na het vertrek uit Delft verdwijnt de iconische pindakaas nu ook uit Nederlandse handen. Wat blijft, zijn de letters NOF op de wikkel van de pot. Ze verwijzen naar de ‘Nederlandsche Oliefabriek’ in Delft, waar de Nederlandse pindakaas ooit zijn oorsprong vond.

LIVE